Meer dan magie: hoe je creativiteit kunt ontwikkelen

Laatst bijgewerkt op:

All Dutch to you? Google Translate it to your language:

Bij creativiteit denken we vaak aan die tante die prachtig schildert, de juf die altijd iets origineels knutselt met haar kinderen, of de zoon die virtuoos gitaar speelt. Maar creativiteit is veel meer dan kunstzinnigheid. Ook als je een ingenieuze manier hebt gevonden om de was sneller op te vouwen, ben je creatief bezig. Want creativiteit is het vermogen om iets nieuws te bedenken én toe te passen : een slimme oplossing voor een probleem, een verrassende combinatie van ideeën, of een origineel product. Iedereen kan dus creatief denken.

Toch zien veel mensen creativiteit als een soort magisch talent. Je hebt het of je hebt het niet. Natuurlijk spelen aanleg en persoonlijkheid een rol. Het helpt als je van nature intelligent en nieuwsgierig bent. Maar je creativiteit wordt niet alleen bepaald door je genen, IQ, karakter of leeftijd. Het is een vaardigheid die je kunt trainen , net zoals waterpolo, de sport waar mijn oudste sinds kort mee begonnen is.

Vol enthousiasme is ze gestart, maar haar bewegingen zijn nog wat houterig en ongecontroleerd. Af en toe hapt ze naar adem, wanneer ze geen vaste grond onder haar voeten heeft. Soms traint ze om haar eigen techniek en conditie te verbeteren. Andere keren speelt ze met haar team. Ze speelt de bal over, bouwt voort op de acties van haar teamgenootjes en creëert samen de kans om te scoren. Hoe vaker ze speelt, hoe vrijer ze wordt. Tot het niet langer ploeteren is, maar voelt als moeiteloos zweven door een zee van mogelijkheden.

Van spelen naar meesterschap: hoe creativiteit zich ontwikkelt

Volgens de Amerikaanse filosoof en onderwijskundige Harry Broudy (1905-1998) ontwikkelt creativiteit zich op een soortgelijke manier1. Hij onderscheidt drie stadia van creatieve ontwikkeling:

1. Onbevangen oog, oor en hand

In de vroege kindertijd (2 – 7 jaar) kijk, luister en creëer je zonder oordeel. Je kliedert ongeremd met verf, krast met je potlood en speelt met woorden. Je weet nog niet waar jouw fantasie eindigt en de echte wereld begint of hoe je je potlood moet vasthouden. Elke dag is een nieuw avontuur. Alles is mogelijk, omdat je nog niet gebonden bent aan regels of verwachtingen.

2. Conventionele oog, oor en hand

Naarmate je meer leert, ontdek je de regels. Je ziet hoe anderen tekenen, muziek maken of schrijven en probeert dat na te doen. Je leert hoe de wereld in elkaar zit. Je leert perspectief, grammatica en notenschrift. Je wilt het goed doen, netjes en volgens de norm. Je verhalen moeten kloppen, je tekeningen moeten realistisch zijn, en je muziek foutloos.

Langzaam verschuift de focus. Waar je vroeger gewoon plezier had in creëren, vraag je je nu af of het welgoed genoeg’ is. Wat als het niet lijkt op het voorbeeld? Wat als anderen het gek vinden? Wat als het nog niet bestaat? Kan het dan wel? Je spontaniteit en speelsheid raken ondergesneeuwd onder al die verwachtingen en kennis.

Veel mensen blijven hier steken. Creativiteit voelt niet meer als iets natuurlijks, maar als een lastige opgave. Twijfel sluipt erin, onzekerheid houdt je tegen. En voor je het weet, laat je die potloden, dat notitieboek of die gitaar maar liggen en houd je je verrassende ideeën voor je.

Maar wat als je die onbevangenheid van vroeger kunt terugvinden, maar dan met de voordelen van al jouw opgedane kennis, ervaring en vaardigheden?

3. Gecultiveerde oog, oor en hand

Pas wanneer kinderlijke verwondering versmelt met volwassen kundigheid bereik je het laatste stadium. Helaas kom je hier niet door harder te werken. Je moet juist een sprongetje terug maken. Terug naar die kinderlijke, speelse nieuwsgierigheid. Maar deze keer neem je al je kennis, vaardigheid en ervaring mee. Je kent de regels, maar durft ze te buigen of breken. Je ziet patronen, ontdekt nieuwe mogelijkheden en maakt bewuste keuzes in je werk. Dit is het moment waarop je niet meer worstelt met de regels, maar vrij speelt.

De kunst van het balanceren tussen chaos en structuur

Zeer creatieve mensen zijn eigenlijk meesters in het laveren tussen chaos en structuur. Ze kijken naar bestaande ideeën vanuit onverwachte hoeken, bedenken veel nieuwe variaties, selecteren de meest veelbelovende en werken deze uit tot iets bruikbaars. Dit kunnen ze, omdat ze moeiteloos schakelen tussen twee tegengestelde denkprocessen: weids, associatief denken om nieuwe ideeën te verkennen (divergeren) en doelgericht denken om de beste ideeën vorm te geven (convergeren) 2.

Voor de echte nerds 😉. Dit dynamische schakelen tussen divergent en convergent denken wordt mogelijk gemaakt door drie breinnetwerken die waarschijnlijk als volgt samenwerken3: Het defaultnetwerk ondersteunt vrije associaties en laat nieuwe ideeën ontstaan. Het executivenetwerk zorgt ervoor dat je de beste ideeën selecteert en actie onderneemt om ze toepasbaar te maken. Het saliencenetwerk helpt je brein te schakelen tussen de twee andere netwerken en zorgt ervoor dat je je kunt concentreren op de ideeën en informatie die op dat moment het belangrijkst zijn.

Vaardigheden om te oefenen voor meer creativiteit

Het mooie is: je brein is kneedbaar. Het past zich aan en vormt nieuwe verbindingen, wat betekent dat je creativiteit kunt trainen.

Op school en in de maatschappij ligt de nadruk vooral op het doelgerichte denken. Dat merkte ik laatst nog toen ik aan groep 5 een les gaf waarin ze expressief moesten tekenen op muziek. Sommige kinderen vonden het verrassend lastig om hun gevoel te volgen en zonder oordeel lijnen op papier te zetten. Ze zijn al zo gewend aan het idee dat iets goed of fout kan zijn, dat ze blokkeren zodra er geen duidelijk doel is.

Bij volwassenen is dat vaak nog erger. Ik gaf als onervaren broekie eens een creatieve workshop waarbij de opdrachtgever zo bang was dat er geen werkbaar idee uit zou komen, dat ze ter plekke alle oefeningen schrapte die bedoeld waren om het vrije, associatieve brein te activeren. Ik hoef je vast niet te vertellen dat de resultaten van die sessie, nou ja…, niet bepaald baanbrekend waren (hoewel de opdrachtgever tevreden was).

Voor meer creativiteit hoeven de meesten van ons niet te werken aan nog meer doelgericht denken. Integendeel: we moeten juist op zoek naar het speelse, nieuwsgierige kind in onszelf. De volgende vaardigheden, geïnspireerd door Robert Sternbergs theorie van creatieve intelligentie4, helpen je om vrijer en vindingrijker te denken. Bij elke vaardigheid vind je een korte oefening om direct mee aan de slag te gaan.

  • Aandachtig waarnemen
    Kijk, luister, ruik, proef en voel. Veel uitvindingen zijn gedaan doordat iemand opeens iets opmerkelijks ontdekte in het alledaagse. Denk maar aan Archimedes. Toen hij plaats nam in bad, zag hij hoe het water steeg en opeens wist hij hoe hij het volume van een gouden kroon kon meten. Waarna hij volgens de legende naakt de straat op rende en enthousiast “Eureka!” riep. Dus hoe scherper je observeert, hoe meer inspiratie je opdoet.

    Probeer het zelf:
    Ga eens een kwartier stilzitten op een inspirerende plek en schrijf alles op wat je ziet, hoort, ruikt, voelt en misschien zelfs proeft. Zet vervolgens een timer voor 5 minuten en schrijf of teken een scène op basis van je observaties.
  • Vragen stellen (en dan vooral de ongewone)
    Als ouder van jonge kinderen kan ik soms gek worden van hun eindeloze vragen. Vragen waarop ik zelf ook vaak het antwoord niet weet. Maar juist dat maakt het leuk. Samen verzinnen we een antwoord of we zoeken het op, en zo leren we allemaal iets nieuws.

    Probeer het zelf:
    Doe net als mijn kinderen en stel jezelf eens een vraag waarop je geen logisch of voor de hand liggend antwoord weet. Wat als slechte mensen na hun dood zouden terugkeren als strontvlieg? Wat zouden bomen denken als ze gedachten hadden? Hoe weet ik dat ik echt besta? Waarom zijn mijn ogen blauw, maar zie ik de wereld in kleur? Hoe is brood eigenlijk uitgevonden? Bedenk drie willekeurige vragen en probeer ze zo origineel mogelijk te beantwoorden of zoek het antwoord op (wist je dat brood een fascinerende geschiedenis heeft?)
  • Van perspectief veranderen
    Volgens het internet is Einstein verantwoordelijk voor zo’n beetje elke wijze uitspraak ooit, waaronder: Je kunt een probleem niet oplossen met dezelfde manier van denken die het heeft veroorzaakt. Waar die woorden ook vandaan komen, de gedachte erachter is waardevol. Benader je probleem daarom eens vanuit een andere invalshoek. Kijk bijvoorbeeld hoe de natuur of een ander vakgebied soortgelijke uitdagingen oplost. Misschien vind je elementen die je kunt toepassen op jouw eigen situatie. Ook kan je vastgeroeste denkpatronen doorbreken door in de schoenen van een ander te gaan staan. Studenten tijdens mijn opleiding tot industrieel ontwerper deden eens een experiment waarbij ze een dag lang rondliepen in een verouderingspak. Hun ledematen werden stram, hun fijne motoriek verslechterde en hun zicht en gehoor namen af. Door deze ervaring kwamen ze op compleet nieuwe ideeën voor producten gericht op ouderen.

    Probeer het zelf:
    Bekijk eens een uur lang alles wat je meemaakt vanuit het perspectief van een ander persoon, dier of ding: hoe zou een kind, een insect of zelfs je mobiele telefoon deze situatie ervaren? Kan je vijf manieren bedenken om een situatie die je meegemaakt hebt te verbeteren?
  • Verbanden leggen tussen dingen die op het eerste gezicht weinig met elkaar te maken hebben
    Volgens de geliefde Italiaanse kinderboekenschrijver Gianni Rodari5 vormen gedachten zich in paren en groeit de fantasie door contrast en verrassing. Eén woord alleen is vaak niet genoeg om een nieuw idee te bedenken. Er is een tweede woord nodig dat het eerste ontmoet en uitdaagt. Juist uit onverwachte combinaties ontstaan de meest creatieve doorbraken.

    Probeer het zelf:
    Pak een boek, sla het op een willekeurige pagina open en wijs met je ogen dicht een woord aan. Herhaal dit nog een keer. Noteer de twee woorden en zoek een verband. Wat heeft een ader met een kwast te maken? Een brug met een boterham? Schrijf drie woordparen op en verzin er een korte uitleg of een mini-verhaal bij. Hoe vreemder de combinatie, hoe beter!
  • Beelddenken
    Creatieve mensen zijn vaak beelddenkers. In plaats van in woorden, denken ze in beelden, vormen en verbanden. Waar taaldenkers stap voor stap redeneren, zien beelddenkers in één oogopslag het grote geheel en werken ze vanuit dat totaalbeeld naar de details toe. Eigenlijk worden we allemaal als beelddenker geboren. Als baby kennen we nog geen woorden, maar toch weten we dat papa of mama komt wanneer we gaan huilen. We leggen dat verband zonder taal. Door ons talige onderwijs verschuift onze voorkeur later meestal naar taaldenken, hoewel sommigen altijd een visuele denkstijl behouden. Toch zit beeldtaal diep in ons bewustzijn verweven. We beklimmen een carrièreladder, planten een idee en de tijd vliegt. Vergelijkingen en metaforen zijn dus niet alleen taalkundige stijlfiguren, maar ook een toegankelijke manier om beelddenken te trainen.

    Probeer het zelf:
    Kies een abstract begrip, zoals tijd, groei, chaos, liefde of geduld. Welk beeld roept dit bij je op? Is tijd een zandloper, een rivier, een steeds kleiner wordend snoepje? Of misschien een boom waarvan de jaarringen zichtbaar worden? Schrijf vijf vergelijkingen op in de vorm “Tijd is als…” Maak je beschrijving zo beeldend mogelijk. Als extra stap kun je er een snelle schets bij maken om je beeld nog tastbaarder te maken.
  • Complexe, meerduidige informatie overzien
    Dagelijks worden we via onze mobiele telefoons gebombardeerd met nieuws, meningen en feiten die soms lijnrecht tegenover elkaar staan. In zo’n complexe wereld is het verleidelijk om vast te houden aan een eenvoudig en eenduidig wereldbeeld, waarbij beschikbare informatie in dezelfde mal wordt geperst en tegenstrijdige informatie wordt genegeerd. Creatieve denkers laten zich niet afschrikken door onzekerheid, maar begrijpen dat ze niet alles weten en blijven openstaan voor nieuwe informatie en perspectieven. Dit besef helpt hen om ontbrekende stukken van de puzzel te vinden en nieuwe verbanden te leggen.

    Probeer het zelf:
    Lees een nieuwsbericht over een ingewikkeld thema. Pak een vel papier en zet het onderwerp in het midden. Noteer hieromheen alle verschillende perspectieven, feiten en argumenten die je in de tekst vindt. Trek lijnen tussen de informatie die met elkaar te maken heeft. Pak nu een andere kleur pen en vul het woordenweb aan met je eigen kennis, associaties en vragen. Je hebt nu een mindmap gemaakt met al je kennis over dit nieuwsonderwerp. Welke verbanden zie je? Welke informatie ontbreekt? En tot welke nieuwe inzichten ben je gekomen?
  • Alternatieven bedenken
    In creatief werk helpt het zelden om je vast te bijten in één idee. Juist door veel verschillende mogelijkheden te onderzoeken, ontstaan onverwachte en vaak betere oplossingen. Dat blijkt ook uit een bekende anekdote over de fotografieklas van Jerry Uelsman (populair geworden door het boek Atomic Habits van James Clear). Hij splitste zijn studenten op in twee groepen: de ene helft werd beoordeeld op één perfecte foto, de andere op het aantal foto’s dat ze maakten. Hoe meer foto’s ze zouden maken, hoe hoger de beoordeling. Aan het einde van het semester kwamen de sterkste beelden opvallend genoeg uit de groep die veel produceerde. Niet omdat ze beter begonnen, maar omdat ze al doende leerden, experimenteerden, fouten maakten en bijstuurden.

    Probeer het zelf:
    Kies een alledaags object uit je omgeving en bedenk minstens tien alternatieve manieren om het te gebruiken. Welke verrassende functies kun je verzinnen? Schrijf ze op.
  • Experimenteren
    Uit de anekdote over Jerry Uelsman blijkt ook dat ideeën bedenken vaak niet voldoende is. Je moet ook durven experimenteren zonder meteen een praktisch resultaat te verwachten. Je probeert dingen uit om je aannames te onderzoeken, neemt risico’s, maakt fouten en laat je verrassen door het onverwachte. Het gaat om ontdekken, spelen en leren door te doen. Veel grote uitvindingen, van penicilline tot de post-it, zijn per ongeluk ontstaan doordat iemand durfde te experimenteren.

    Probeer het zelf:
    Bouw een zo hoog mogelijke toren van een vel A4-papier. Vouw, knip, scheur en plak het papier op verschillende manieren om een constructie te maken die zelfstandig blijft staan. Het doel is niet om de perfecte toren te maken, maar om de grenzen van wat mogelijk is te verkennen. Wat gebeurt er als je een onverwachte techniek probeert? Wat kun je leren van de fouten die je maakt? Durf je voorbij traditionele ideeën te denken?
  • Je oordeel uitstellen
    Bij een nieuw idee is de eerste reactie vaak: “Ja, maar dat werkt toch niet.” Hiermee schieten we in ons doelbewuste denkproces en zijn we niet langer vrij aan het verkennen. Creativiteit vraagt om ruimte voor de gekke, onverwachte invallen die ontstaan in ons associatieve breinnetwerk. Het is belangrijk om deze ideeën niet meteen af te schieten. Een goede techniek om het oordelen uit te stellen is om “ja, en…” te zeggen, wanneer je een “ja, maar…” voelt opkomen. Hiermee dwing je jezelf om door te bouwen op het voorgestelde idee in plaats van het meteen te verwerpen. En wie weet kom je zomaar ineens op een nieuwe ingeving.

    Probeer het zelf:
    Kijk nog eens naar de tien alternatieve manieren die je bedacht hebt om een object uit je omgeving anders te gebruiken. Kies het idee dat je het meest onrealistisch lijkt en reageer met “ja, en…” hoe kan ik verder bouwen op dit idee? Bedenk minimaal drie variaties of uitbreidingen op het idee die verder gaan dan wat je aanvankelijk dacht.
  • Je gevoel volgen
    We bezitten allemaal veel kennis en ervaring, maar soms zit dit diep in ons verborgen. Als een ijsberg waarvan alleen het puntje zichtbaar is. Het deel onder water is onze onbewuste kennis. Creatieve ingevingen komen vaak uit deze diepere laag van levenservaring. Vertrouw daarom op je intuïtie: wat zou je doen als je puur op gevoel afging? Schrijf die scène, neem dat besluit, teken die fiets (ik weet nooit precies hoe een fiets eruit ziet) of improviseer een oplossing zonder er al te veel over na te denken.

    Probeer het zelf:
    Pak een leeg vel papier, leg je tekengerei klaar en zet je favoriete liedje op. Laat je pen of potlood over het papier gaan terwijl je luistert. Schrijf of teken alles wat bij je opkomt, zonder te stoppen of na te denken. Welke beelden, woorden of vormen ontstaan er? Stop wanneer de muziek afgelopen is en bekijk wat je gemaakt hebt. Wat vertelt dit over je gevoel of gedachten op dit moment?
  • Lanterfanten
    Volgens de Britse sociaalpsycholoog Graham Wallas, bekend om zijn theorie over het creatieve proces, hebben goede ideeën tijd nodig om te rijpen. Ze komen vaak wanneer je stopt met actief nadenken over het probleem. Ons brein heeft rust nodig om losse gedachten en indrukken met elkaar te verbinden. Daarom ontstaan de beste ideeën vaak onder de douche, tijdens een wandeling of wanneer je uit het raam staart. In een wereld waarin we constant productief willen zijn, is lanterfanten een onderschatte vaardigheid. Durf eens doelloos te mijmeren en geef je gedachten de ruimte om te dwalen.

    Probeer het zelf:
    Plan vandaag tien minuten om helemaal niets te doen. Geen telefoon, geen boek, geen afleiding. Ga op een bankje zitten, staar uit het raam of wandel zonder bestemming. Merk op waar je gedachten naartoe dwalen en schrijf eventueel een verrassende ingeving op.

Je leest het: creativiteit is geen magie of aangeboren talent, maar een vaardigheid die je actief kunt ontwikkelen. Ik hoop dat ik je met bovenstaande lijst voldoende ideeën heb gegeven om met een frisse blik naar de wereld om je heen te kijken. Misschien lukt het je hierdoor zelfs om eindelijk dat hardnekkige probleem op te lossen of om nieuw leven te blazen in een vastgelopen creatief project.

Waar wil jij beter in worden? Kies een vaardigheid uit de lijst en begin vandaag met oefenen. Deze oefeningen zijn slechts een startpunt, en ik zal ze blijven aanvullen met nieuwe ideeën.

Ik ben benieuwd naar jouw creatieve ervaringen en inzichten, dus deel ze gerust in de reacties!

Voetnoten

  1. Gabriele Rico beschrijft deze theorie in haar boek Writing the Natural Way. Het boek geeft verder veel oefeningen om via mindmappen (waarbij je een diagram maakt van al je gedachten rond een centraal thema) toegang te krijgen tot het associatieve deel van je brein. Deze techniek kan ik iedereen aanraden die creatiever wil worden. Zelf begin ik vrijwel elk nieuw werk met een mindmap en verbaas me telkens weer over de verrassende associaties die opkomen zodra ik woorden begin op te schrijven en verbinden. ↩︎
  2. Deze theorie van twee verschillende denkprocessen komt van de Amerikaanse psycholoog J.P. Guilford, die uitgebreid onderzoek heeft gedaan naar creativiteit. In zijn paper uit 1967 introduceerde hij de concepten van divergent en convergent denken. ↩︎
  3. Ik ben geen breinwetenschapper, maar behoor tot het menstype dat voor de lol wetenschappelijke studies leest over onderwerpen die me interesseren. Creativiteit wordt al decennia vanuit de sociale wetenschappen bestudeerd en daaruit blijkt telkens weer dat creativiteit bestaat uit twee tegenovergestelde denkprocessen: 1) breed denken waarbij allerlei informatie op nieuwe manieren wordt gecombineerd (divergeren) en 2) systematisch ordenen, selecteren en verfijnen naar één oplossing (convergeren). Vanuit de neurowetenschap komt nu steeds meer bewijs dat het creatieve brein daadwerkelijk efficiënt schakelt tussen deze denkprocessen, zie bijvoorbeeld deze studie (2015) en deze studie (2022) in Nature of deze studie (2017) in Proceedings of the National Academy of Sciences (PNAS). ↩︎
  4. De drievoudige intelligentietheorie, ontwikkeld door psycholoog Robert J. Sternberg, stelt dat intelligentie bestaat uit drie componenten, die allemaal even belangrijk zijn in het bepalen van iemands totale intelligentie: analytische intelligentie (het vermogen om problemen te analyseren en logisch te redeneren, dit is vaak wat we op school leren), creatieve intelligentie (het vermogen om nieuwe ideeën te genereren en originele oplossingen te bedenken) en praktische intelligentie (het vermogen om effectief om te gaan met alledaagse situaties en de omgeving aan te passen aan je behoeften). ↩︎
  5. Rodari schreef een inspirerend boek over technieken om de fantasie te prikkelen en verhalen te verzinnen: Grammatica van de fantasie. Hij geeft hierin veel praktijkvoorbeelden uit zijn lessen met kinderen en koppelt deze aan zijn grote kennis over creativiteit in de wetenschap en kunst. Wanneer je meer wil lezen over creativiteitstechnieken van een ware vertelkunstenaar dan kan ik dit boek zeker aanbevelen. ↩︎

Wat denk jij? Deel het hier!

Geen zorgen: je e-mailadres blijft privé. Reacties gaan eerst wel even door de keuring volgens mijn huisregels (met wat hulp van Akismet Anti-Spam). De velden met * zijn nodig om je reactie te plaatsen.

Laat me weten wat jij ervan vindt!