“Kan je me helpen met deze presentatie?” vraagt mijn collega. “Ik krijg alle info maar niet op één slide.” Ik kijk op haar scherm. Wauw! Een kakofonie van vormen, kleuren en tekst duizelt me tegemoet.
“Welke boodschap wil je overbrengen?” vraag ik. Terwijl ze vertelt, begin ik in mijn hoofd al te ordenen: hoofd- en bijzaken scheiden, verwante ideeën groeperen, verbanden leggen met bijpassende vormen. Ik klik op een rechthoek en plaats er een driehoek naast. Voilà, een pijl. Daarna combineer ik cirkels, vierkanten en rechthoeken tot complexere vormen. Nog wat pakkende kopjes erop. En ziezo: rust en overzicht.
Verbaasd kijkt ze me aan: “Hoe doe je dat?”
Anders naar de wereld kijken
Ik lach een beetje schaapachtig: “Gewoon wat spelen met vormen en kleuren.” Want tja… hoe doe ik dat eigenlijk? Dit kan toch iedereen? De wereld ontleden in lijnen, vlakken en verhoudingen is voor mij net zo vanzelfsprekend als lezen of schrijven.
Die jas aan de kapstok? Een driehoek.
Het koffiekopje waar ik naar kijk terwijl ik dit stukje schrijf? De bovenkant is een ellips. De onderkant ook, al zie ik er alleen een kromme lijn van (waar zijn die X-ray ogen als je ze nodig hebt? 😉)
Het etui met mijn markers? Een rechthoek, vervormd door mijn perspectief.
Op deze manier wordt kijken een soort spel. Elke blik nodigt uit om te ontdekken en leren. Vooral monumentale gevels vind ik een feest: glas-in-loodruitjes, lijstwerk, decoratief metselwerk…
Pas nu dringt het tot me door: dit zien in vormen en verbanden is een vaardigheid. Eentje die niet iedereen zomaar beheerst.
“Maar ik kan niet tekenen…”
Ik denk aan de volwassen deelnemers van mijn creatieve sessies, die vaak worstelden met tekenen. “Ik kan alleen maar stokpoppetjes tekenen,” hoorde ik elke keer weer. Zelfs als ik benadrukte dat het niet om mooi of realistisch tekenen ging, kozen ze liever voor woorden dan voor beelden.
Zonde, want tekenen is méér dan representeren. Het prikkelt andere delen van je brein en helpt je ingewikkelde informatie te ontrafelen, verbanden te zien en nieuwe mogelijkheden vorm te geven. De grootste wetenschappers, denkers en uitvinders uit onze geschiedenis gebruikten beelden om de wereld te begrijpen en hun ideeën te communiceren. Hun schetsen waren geen versiering, maar een manier van denken, analyseren en ontdekken. Hun tekeningen waren hun denken.

Bioloog David Goodsell (1961 –) brengt de binnenkant van cellen tot leven met zijn kleurrijke illustraties. Hier zie je hoe het Zikavirus een cel binnendringt.

Maria Sibylla Merian (1647 – 1717) heeft met haar observaties en het vastleggen van de metamorfose van rupsen tot vlinders een belangrijke bijdrage geleverd aan de studie van insecten (entomologie).

Studie van een geodetische koepel door Buckminster Fuller (1895 – 1983) die deze bolconstructie van driehoeken praktisch toepasbaar maakte in de architectuur.
…omdat scholen geen visuele geletterdheid onderwijzen
Het is eigenlijk niet zo vreemd dat zoveel mensen moeite hebben met tekenen. Op school leren we vooral serieuze vakken zoals taal, rekenen, geschiedenis en aardrijkskunde. Tekenen is leuk voor tussendoor. Iets om even te ontspannen of te fantaseren. We doen alsof beelden vanzelf spreken. Alsof iedereen van nature begrijpt hoe lijnen, vormen en kleuren werken. Maar zelden zien we het als een vaardigheid die je kunt oefenen, laat staan als een manier van denken of begrijpen.
Terwijl peuters en kleuters nog vol overgave kleuren, raken veel kinderen later ontmoedigd. Hun tekeningen lijken niet op de werkelijkheid of hun verbeelding, dus stoppen ze er maar helemaal mee. En kun je ze dat kwalijk nemen? We verwachten ook niet dat kinderen zonder kennis van letters hele verhalen kunnen schrijven. Of dat ze zonder uitleg weten dat 5 x 5 vijfentwintig is. Ja, er zijn uitzonderingen die dit allemaal zelf uitvogelen, maar die plaatsen we vaak onder het label hoogbegaafd. Dus waarom zouden kinderen wél vanzelf leren tekenen?
Geen onderwijsbaar systeem
Ik begon me af te vragen waarom we wel allemaal leren lezen, schrijven en rekenen op de basisschool, maar nooit echt leren kijken en werken met beeld. Misschien omdat taal en rekenen hun eigen algemene symbolen en logica hebben. Eerst leren we letters en cijfers en daarna leren we stap voor stap de regels waarmee we teksten en sommen kunnen begrijpen en maken.
Maar voor beelden? Daarvoor bestaat geen vergelijkbaar systeem van gedeelde symbolen en regels. Geen alfabet, geen woordenschat, geen grammatica, geen stijlfiguren, geen houvast. We doen maar wat. Sommigen ontwikkelen hun eigen visuele taal, maar voor de meesten blijkt het te moeilijk, en ze stoppen ermee.
Misschien is dat precies wat we missen in het onderwijs: een visuele taal die begint met een paar eenvoudige bouwstenen, waarmee iedereen kan leren denken en communiceren in beeld.
Een visueel alfabet
Dus wat als ik mijn deelnemers een paar simpele bouwstenen zou geven, waarmee ze complexere ideeën konden verkennen en communiceren? Bestaan zulke bouwstenen eigenlijk wel?
Gelukkig ben ik niet de enige die zich dit afvraagt. In het boek The Doodle Revolution van Sunni Brown ontdekte ik het visuele alfabet van Dave Gray:

Nieuwsgierig besloot ik het uit te proberen in mijn eerstvolgende creatieve sessie. En ja hoor: dat was precies wat mijn deelnemers nodig hadden! Met het visuele alfabet konden ze hun ideeën zichtbaar maken en communiceren, met slechts een paar eenvoudige elementen. Plotseling werd het tekenen voor iedereen een manier om te ontdekken en denken.
Het begin van een zoektocht
Die sessie liet me niet meer los. Want als dit werkte, wat was er dan nog meer mogelijk? Wat begon als een experiment, groeide uit tot een zoektocht. Een zoektocht naar de bouwstenen van vorm: de kleinste eenheden waarmee we de wereld leren zien en verbeelden. Hieronder een voorproefje van waar die zoektocht me bracht. Daarover meer in mijn volgende post in de Vormenderwijs-serie.

Van de drup in de regen. Een korte animatie waarin de vier eenvoudige bouwstenen stip, hoek, kromme en lijn veranderen in een kort verhaal over een wolk die water drinkt en een kat die nat regent. Handgetekend in het open source animatieprogramma Opentoonz (dit was nogal een klusje met meer dan 100 tekeningen, traditioneel animeren is tijdrovend 😅).
En nu jij! Denk jij dat we op school net zo goed zouden moeten leren zien en uitbeelden als lezen en schrijven? Of mis ik iets en bestaat er al een methode voor het basisonderwijs waarin kinderen beelden leren begrijpen en maken?
En als jij een visueel alfabet zou ontwerpen: welke elementen zouden er dan zeker in moeten zitten?






Een wereld gaat voor mij open, te vroeg om al met een concrete reactie te komen!